Trailrun 90km du Mont Blanc

Gemiddelde leestijd: 42 minuten
trailrun 90 km du Mont Blanc

Er zijn van die momenten in je leven dat je iets ‘bijzonders’ wilt doen of presteren. Dat zit gewoon in de aard van de mens. En dat ‘bijzondere’ kan van alles zijn. Switchen van baan, een nieuwe opleiding beginnen, verhuizen naar het buitenland of misschien een sportprestatie leveren. Een trailrun!

Dat laatste was bij mij het geval. Niet zo zeer alleen voor mijzelf, maar ook voor mijn zoontje. Elke vader wilt als voorbeeld dienen voor zijn kind en dat hij of zij trots op hem kan zijn.

En daarnaast is er altijd de wil om een uitdaging aan te gaan. Een uitdaging waar je naderhand op kan terugblikken en je een soort van voldoening kan geven. Niet voor even, maar voor langere tijd. Dat maakt ook dat de uitdaging niet te makkelijk moet zijn. Sterker nog, de serieuze kans op falen moet in mijn ogen zeker aanwezig zijn.

Er moet een continue twijfel zijn of het wel haalbaar is, waardoor je de uitdaging nog meer aan wilt gaan. Die uitdaging heb ik uiteindelijk gevonden: De Marathon du Mont Blanc 90 kilometer! Een schitterende trailrun die door drie landen loopt.

Runningdirect.nl

Inhoudsopgave

Wat is de Marathon du Mont Blanc 90 km?

De Marathon du Mont Blanc 90 km is een trailrun van ongeveer 93 kilometer en 6300 hoogtemeters. De hoogtemeters en het lopen van veel kilometers tussen de 2000 en 2500 meter hoogte maakt de trailrun zeer zwaar. Ook is het moeilijk om in te schatten hoe lang je over een bepaald stuk doet.

Doel trailrun

Mijn doel voor de Marathon du Mont Blanc 90 km was om de race uit te lopen. Hiervoor krijg je 24 uur de tijd en zijn er tien zogenaamde ‘cut off tijden’ tijdens de trailrun. Oftewel: je moet sommige punten voor een bepaalde tijd gepasseerd zijn, omdat je anders uit de race gehaald wordt.

Voorbereiding trailrun

Voor deze race ben ik ongeveer een half jaar van tevoren begonnen met de trainingen. De hardlooptrainingen hebben voornamelijk in de bossen bij de Brabantse wal plaatsgevonden,. Daarnaast heb ik mij ook ingeschreven voor een aantal trailruns in Limburg en de Belgische Ardennen. Vooral de OHM-trail (50 kilometer met 2600 hoogtemeters) leek mij een goede voorbereiding.

Als je op YouTube naar filmpjes kijkt van ultra trail wedstrijden, dan zie je naast de ongelooflijk mooie uitzichten van bergen, bossen, watervallen en zelfs gletsjers voornamelijk lopers die helemaal stuk gaan op trails die zich een weg omhoog banen.

Vanuit mijn vorige ervaring in de alpen (42 kilometer du Mont Blanc met 2730 hoogtemeters in 2017) en de honderden filmpjes op YouTube die ik gezien heb, leek het mij niet geheel onverstandig om vooral veel tijd te steken in het trainen van hoogtemeters.

Naast de honderden trail kilometers door de bossen heb ik veel uren doorgebracht op trappen en op de powermill. Voor degenen die wel eens willen ervaren hoe het is om drie dagen lang spierpijn te hebben van één simpele training, zou ik dit apparaat ten zeerste aanbevelen.

Vijf minuten op de powermill kan je het gevoel geven dat je al minstens twee uur bezig bent. Als je dan vervolgens een blik werpt op je hartslag, vraag je je direct af waar de defibrillator hangt.

trailrun Mont Blanc 90 km

Verplichte trailrun artikelen

Je krijgt ook te maken met een lijst van verplichte artikelen die  je tijdens de trailrun bij je moet hebben. Toen ik uiteindelijk die hele lijst had doorgelezen, moest ik voor de zekerheid wel even checken of ik me had ingeschreven voor een trailrun en niet voor een expeditie naar de top van de Mount Everest.

Uiteraard zijn de weersomstandigheden in de bergen erg veranderlijk waardoor je voor de veiligheid veel dingen mee moet nemen.

Twee jaar eerder tijdens de Marathon du Mont Blanc 42 kilometer kwam ik al in de situatie waarbij ik tijdens de beklimming van La Flégère vol in de zon mij een weg omhoog baande en vervolgens vijf minuten later bovenop de berg begrip kreeg voor de verplichting van de organisatie om een waterdichte jas met capuchon mee te nemen toen ik in de regen en hagel weer probeerde warm te worden.

Trailrun stokken

Naast de verplichte artikelen worden er ook een aantal artikelen aangeraden om je tijdens de race te kunnen ondersteunen. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van trail stokken. Tijdens de Marathon du Mont Blanc 42 kilometer koos ik ervoor om deze stokken niet te gebruiken.

Sterker nog, ik irriteerde me aan de deelnemers die er wel mee liepen. Ik kreeg regelmatig een punt van zo’n stok in mijn lichaam gedrukt van degene voor mij. Dit omdat zo’n trailstok regelmatig bij het afzetten per ongeluk te ver naar achter zwaaide. Vooral als we wat dichter op elkaar liepen op een trail.

En met 2000 deelnemers op een trail van zo’n 50 centimeter breed gebeurde dat nog wel eens. Daarnaast bleef zo’n stok wel eens steken. Hierdoor kwam die persoon direct tot stilstand en kon je daardoor tegen hem of haar opbotsen. Vooral als je geconcentreerd naar het pad voor je aan het kijken was.

Maar voor de trailrun 90 kilometer du Mont Blanc leek mij alles wat enigszins kon helpen de moeite waard. Dus heb ik een stel Leki’s aangeschaft en uitgetest tijdens de OHM-trail in België. Hierna was ik overtuigd van het gebruik van trailstokken en besloot om er ook in Chamonix gebruik van te maken.

Voeding voor een lange trailrun

Naast het gebruik van bepaalde artikelen is het ook verstandig om te kijken naar je voeding. Niet alleen tijdens de trailrun, maar vooral ook tijdens de maanden voor de race. Iedereen z’n lichaam werkt weer net even anders.

De één vindt het gebruik van gelletjes fijn en de ander kan er niet meer dan twee naar binnen werken. Dit omdat de darmen daarna gaan protesteren. En om even van het trailpad af te gaan als je links van je een berghelling hebt en rechts van je een ravijn van 60 meter diep, bestaat er een mogelijkheid dat je toch spijt krijgt van het derde gelletje.

Na de OHM-trail kwam ik erachter dat ik na 50 kilometer in hoge temperaturen geen vast voedsel naar binnen krijg. Ik vertelde mijn lichaam dat de pasta die ik in mijn linkerhand vast had juist nu erg goed zou zijn. Maar mijn lichaam vertelde mij iets anders. Namelijk dat als ik de komende uren nog enigszins comfortabel door wou brengen, ik het niet moest proberen om die pasta toch te nemen. Ik liet dit keer mijn lichaam winnen.

Als je op internet op zoek gaat naar gelletjes, kom je honderden verschillende merken tegen. Het is uiteraard onmogelijk om ze allemaal te testen om te kijken welke het beste voor je werken. Zelf heb ik gekeken naar wie de hoofdsponsor was van het evenement. In dit geval was dat Isostar en heb ik deze gelletjes uitgetest. ‘

Zo kun je namelijk met een gerust hart bij de verschillende verfrissingsposten ook gelletjes mee pakken. Je hoeft dan niet bang te zijn hoe je lichaam op dat gelletje gaat reageren. Lees meer over sportvoeding in het blog ‘Sportvoeding advies voor de beste resultaten.’

Elektrolyten tijdens de trailrun

Naast energierepen, gelletjes en in ieder geval producten met veel koolhydraten, weet ik uit ervaring dat het vooral bij lange races verstandig is om elektrolyt tabletten met in ieder geval veel magnesium aan te schaffen. Elektrolyten (verzamelnaam voor allerlei zouten) zijn essentieel voor het reguleren van je waterhuishouding. Daarnaast helpen ze bij het juist functioneren van spieren en zenuwen. Vooral als je veel zweet verlies je veel essentiële zouten en kunnen elektrolyt tabletten een oplossing zijn.

Een voldoende hoeveelheid magnesium in je lichaam zorgt er voor dat je spieren niet verkrampen. Tijdens de Cauberg trail kreeg ik de laatste kilometer kramp in spieren waarvan ik niet wist dat ik ze had. Die laatste kilometer was daardoor niet heel erg genieten.

Gelukkig was ik die kilometer vlak daarna snel vergeten. Aangezien ik al snel met mijn vrouw en met een Erdinger op het terras zat te genieten van de zon. Maar sindsdien gebruik ik tijdens de langere races altijd elektrolyt tabletten met relatief veel magnesium erin.

Belangrijke trail materialen uitproberen

Waar het eigenlijk op neer komt is dat als je besluit om deel te nemen aan een ultra (trail) run, je er verstandig aan doet om al wat ervaring op te bouwen met kleinere races. Daarin kun je producten uitproberen die je tijdens de ultra (trail) race wilt of zelfs moet gebruiken.

Heb je bijvoorbeeld nog nooit eerder tijdens een race gelopen met een hardlooprugzak, is het toch wel af te raden om dat voor het eerst in een ultra race te doen. En deze tip komt van de man die zelf besloot om in 2017 als zijn eerste marathon te kiezen voor de marathon op de Mont Blanc en deze vervolgens te lopen op normale hardloopschoenen in plaats van trailschoenen omdat hij de aanschaf daarvan overdreven vond.

Vier gekneusde tenen en twee enkelverzwikkingen later tijdens diezelfde marathon leerden hem dat de aanschaf van trailschoenen misschien toch niet helemaal onverstandig zou zijn.

Start 90 km du Mont Blanc

Na de zoveelste check of ik echt alles bij me heb en een ontbijt van witte boterhammen met jam, geef ik mijn vrouw en zoontje een kus en ga ik op weg naar de start. Uit alle hoeken en gaten zie ik de lichtjes van de hoofdlampjes het wegdek verlichten.

Bij de start aangekomen krijg ik nog een filmcamera van een of andere nieuwszender onder mijn neus gedrukt. Ze vraagt of ik even kort wil vertellen wie ik ben en waar ik vandaan kom. Ze willen een compilatie maken van de verschillende nationaliteiten die aan de race deel gingen nemen.

Lekker dacht ik,. Als ik de race nu niet volbreng hebben ze een filmpje waarop ik blij vertel dat ik uit Nederland kom. En vervolgens keihard faal. Alsof de druk nog niet groot genoeg was, ging ik mijn positie innemen.

Het leek me niet verstandig om de ‘echte’ atleten te storen door te ver vooraan te gaan staan. Maar ik wilde ook niet te ver naar achteren gaan staan. Op veel trails is het namelijk bijna niet mogelijk om in te halen. Dus besluit ik om ergens in het midden te gaan staan en wacht ik tot we van start konden gaan.

Een paar minuten voor de start wordt iedereen nog eens toegesproken door de race director en wordt het publiek opgezweept. Niet dat het nodig is, want de sfeer is al helemaal geweldig. Ik verdenk er zelfs sommige supporters van dat ze zo enthousiast waren dat ze per ongeluk de eerste paar kilometers mee hebben gelopen. En vervolgens er bij de eerste beklimming achter kwamen (nadat de adrenaline gezakt was) dat ze als toeschouwer die kant op waren gekomen. En dus niet om daadwerkelijk met de race mee te doen. 

Om 03:59:50 begint het aftellen! Dix, neuf, huit, sept, six, cinq, quatre, trois, deux, un, GO!!! Langzaam komt de lange sliert van iets meer dan 1000 deelnemers in beweging. Allemaal op weg naar het eerste verfrissingspunt bij Planpraz na 12,6 kilometer.

Planpraz

trailen

Om bij Planpraz te komen beginnen we al snel met de grootste beklimming van de hele trailrun. We gaan op weg naar Brévent op 2471 hoogtemeter en 10 kilometer. De start in Chamonix ligt op 1036 meter. Dus dat betekent dat er binnen de eerste 10 kilometer van de race al 1435 meter geklommen moest worden.

Toch was ik blij dat we begonnen met deze beklimming. Want nu voelden de benen nog goed en dat kan zomaar veranderen in de loop van de race. Eerst komen we nog langs het appartement waar Saskia op het balkon staat te zwaaien. Terwijl ik terugzwaai bedenk ik mij dat het een hele dag gaat duren voordat ik daar weer terugkeer. Hopelijk met een goed gevoel!

Tijdens de nachtelijke beklimming kijk ik regelmatig naar achteren en beneden mij. En zie ik hoe de sliert met honderden hoofdlampjes zich een weg omhoog baant. Zo zijn de contouren van de bochten die ik net gepasseerd heb nog zichtbaar en is het een geweldig zicht!

Langzaam komt de zon op en verlicht hij de toppen van de bergen om ons heen. Dat is zo’n fantastisch moment dat je alleen daarvoor al naar de alpen zou komen. En ondanks dat het midden in de nacht is, worden we continu aangemoedigd door de vele mensen langs de route. Sommigen hebben hun tentje opgezet in de buurt van Brévent en kunnen daardoor ook genieten van de opkomende zon.

Om 06:15 passeer ik de top bij Brévent. Vanaf daar hebben we een geweldig panoramisch uitzicht op de bergen om ons heen. Als ik een paar minuten door de sneeuw heb gelopen hoor ik plotseling geschreeuw en gegil.

Niet op een negatieve manier, maar juist vrolijk. Als ik wat verder de diepte in kijk, snap ik ook waarom. Een aantal trailrunners hebben zich door de sneeuw naar beneden laten glijden, waardoor er een grote natuurlijke glijbaan is ontstaan.

Dat lijkt mij ook wel leuk en al snel glij ik op mijn kont en rug naar beneden. Tijdens het glijden besef ik mij wel dat ik geen extra broek bij me heb. En misschien was dit niet helemaal verstandig. Straks zit er een groot gat in en moet ik nog 80 kilometer in mijn blote kont verder.

Op zich zou dat niet heel erg zijn. Want de temperatuur is nu al rond de 20 graden dus glij ik lekker verder. Als ik beneden aankom controleer ik of alles nog heel is. Als dat het geval is, vervolg ik weer het pad. Het is een steile afdaling naar Planpraz waar zich de eerste verfrissingspost bevindt.

En als ik zeg ‘verfrissingspost’ bedoel ik niet zo’n post net als bij de grote marathons in Nederland waar je een half bekertje water of sportdrank met een stukje banaan krijgt waar nog 12 anderen van moeten eten, maar een echte verfrissingspost: sinaasappels, dadels, bananen, pure chocola, koekjes, chips, Isostar, cola, water zonder bubbels, water met bubbels, gelletjes, energierepen, noem maar op!

Als je daar wegloopt, kun je er daadwerkelijk weer met een goed gevoel tegenaan. Aangezien we nog maar een paar uurtjes onderweg zijn, besluit ik om snel mijn drinkfles weer op te toppen, een handjevol eten mee te nemen en weer verder te gaan.

Dat bleek een goede beslissing want terwijl het achter mij behoorlijk druk begint te worden in de tent, kan ik de komende kilometers zonder drukte verplaatsen en rustig genieten van de schitterende omgeving.

Le Buet

trailrun 90 km du Mont Blanc

Op weg naar de volgende verfrissingspost in Le Buet op 27,7 kilometer in de race! De route naar Le Buet heeft een aantal kleine beklimmingen en afdalingen en op het einde een grote afdaling. Als ik onderweg ben krijg ik van Saskia een appje dat ze met Niek onderweg is naar Le Buet dus dat we elkaar daar weer gaan zien.

Zo sociaal als dat ik ben stuur ik terug dat ik dat ontzettend leuk vind, maar niet te lang kan blijven hangen omdat de cut off tijden vooral in het begin redelijk scherp zijn voor een normale sterveling. Daarnaast wil ik mij niet continu opgejaagd voelen, want ben hier vooral om te genieten en anders op zijn minst rustig te sterven in een prachtige omgeving!

Om 09:00 zie ik Saskia en Niek langs de route staan bij Le Buet. Snel top ik mijn drinkfles weer op en neem wat te eten om daarna even kort bij te praten hoe het de afgelopen vijf uur gegaan is. Ik voel me nog erg fit en heb nog geen last van kleine pijntjes of iets dergelijks.

Chalet de la Loriaz

Na nog een laatste kus vervolg ik weer de route op weg naar Chalet de la Loriaz op 34,2 km en 2022 hoogtemeter. Aangezien we nu op 1347 hoogtemeter zitten, betekent dat weer een flinke klim. De temperatuur zit inmiddels dik boven de 20 graden aan en als ik aankom bij de top zie ik een fontein staan.

Waar sommigen hun gezicht onder de straal met ijskoud water houden, springen er een aantal volledig in. Hoe uitnodigend het frisse water dat rechtstreeks van de gletsjer komt er ook uitziet, beperk ik mij tot het onderdompelen van mijn gezicht en een aantal slokken van dat heerlijke water.

Ik vervolg mijn weg weer richting La Villaz op 38,6 km op 1251 hoogtemeter. Dat betekent een grote afdaling. Ik merk dat het lange afdalen mij veel energie kost omdat je continu geconcentreerd moet zijn op waar je je voeten neerzet en tegelijkertijd wat verder naar voren moet kijken om te zien wat er aankomt.

In het parcours zitten veel technische stukken vol met boomwortels, rotsen, sneeuw en ijs. Omstandigheden die ik hier in Nederland niet gewend ben.

Genoeg gejankt, we moeten verder met de afdaling! Ondanks het kleine pittige stuk van 3,6 km, ben ik na 38 minuten aangekomen bij La Villaz. Het is nu 11:07 en de cut off tijd is 13:00. Dat betekent dat ik een kleine twee uur speling heb, maar ik reken mij niet te rijk wetende dat ik nog niet op de helft ben. Aangezien er nu een ongelooflijk zware beklimming komt naar het stuwmeer bij Emosson, ren ik direct verder.

Stuwmeer Emosson

Iedereen die wel eens grote afstanden of meerdere uren achter elkaar heeft hardgelopen, weet dat er momenten komen dat het even niet helemaal lekker gaat. Die momenten kunnen geleidelijk komen zodat je het aan voelt komen, maar soms komen die momenten ook uit het niets.

Dan gebeurt er iets wat niet echt goed uit te leggen is. Het komt er op neer dat je het ene moment denkt dat de race eigenlijk wel mee valt en dat je het zwaarder had verwacht en het andere moment hoop je de komende vijf minuten nog in leven te zijn.

Als je wat meer ervaring hebt, dan weet je dat zulke momenten gaan komen en dat die uiteindelijk ook weer verdwijnen. Althans, meestal. Je hoopt maar dat zo’n moment niet te lang duurt en dat je er gewoon even doorheen moet.

Dat is ook wat er gebeurde tijdens de laatste twee kilometer van de beklimming naar het stuwmeer van Emosson. Nog nooit in mijn leven heb ik het zo zwaar gehad als tijdens die beklimming. Op een gegeven moment moest ik mijzelf dwingen om elke keer minimaal tien stappen te zetten voordat ik een paar seconden mocht rusten.

Wat een hel! Ik keek regelmatig voor en achter mij om te zien of anderen hier ook last van hadden. En hoewel dit niet heel aardig klinkt, was ik ontzettend opgelucht en blij om te zien dat anderen ook helemaal stuk aan het gaan waren. In plaats van medelijden met hun te hebben, bedacht ik me hoe fijn het was dat we in ieder geval samen kapot gingen.

Soms moest ik echt even een paar seconden gaan zitten om op adem te komen. Door het meerdere uren achter lopen op een hoogte van rond de 2000 meter merk je dat je lichaam daar niet aan gewend is en moeite heeft om voldoende zuurstof naar binnen te krijgen.

Toen ik voor me uit keek, zag ik een aparte ‘techniek’ om even op adem te komen. De man voor mij liep een paar seconden en liet zich toen gewoon naar de zijkant tegen de begroeide berghelling vallen.

Eerst dacht ik dat hij viel, maar hij bleef dit honderden meters doen. Toen ik dat zag, vond ik het ook wel een goed idee. Je kon namelijk niet zomaar overal op het trailpad gaan zitten dus leek dit een prima oplossing. Ik denk ook dat het gezegde ‘met vallen en opstaan’ hier vlakbij het stuwmeer van Emosson is ontstaan.

Vervolg stuwmeer Emosson

Later bedacht ik mij dat het voor een toeschouwer die een paar honderd meter beneden zou staan wel een heel apart zicht moet zijn geweest: Twee volwassen mensen die zich om de paar seconden lieten vallen en zich vervolgens iets later weer tegen de berghelling afduwden om weer verder te gaan.

Desalniettemin kon ik er op dat moment niet zo om lachen. Het stukje van La Villaz naar het stuwmeer van Emosson is 4,8 kilometer en daar heb ik één uur en 38 minuten over gedaan. Jawel, dat is een gemiddelde van maar liefst 2,98 km/h!

Dat kun je een beetje vergelijken met het tempo van een kind dat zijn eerste stapjes zet. Achteraf blijkt ook dat de meeste trailrunners die uiteindelijk de race niet hebben volbracht, op dit punt hebben opgegeven of hebben moeten opgeven omdat ze de cut off tijd niet gehaald hebben.

Maar het moment dat je eenmaal bovenop staat en na een paar meter door de sneeuw uitzicht hebt op het stuwmeer, maakt ontzettend veel goed. Het is werkelijk waar prachtig! Ondanks dat ik mij op dat moment echt slecht voel, kan ik er gelukkig wel van genieten. Daardoor weet ik ook dat ik hier even doorheen moet.

Ik denk terug aan het moment dat een goede vriend tijdens de dodentocht in Bornem (een wandeltocht van 100 kilometer) na een kilometer of 60 tegen me zei: ‘Het is dat opgeven geen optie is, anders was ik al lang gestopt!’, nadat zijn voeten helemaal kapot waren en wist dat hij nog 40 kilometer moest. Tijdens deze race zal ik nog regelmatig terugdenken aan deze woorden.

Doordat ik nog goed in de tijd zit en mij echt beroerd voel, besluit ik om wat langer pauze te houden. Ik zorg dat ik veel koolhydraten binnen krijg en ga eventjes liggen in de hoop dat het zo weer beter gaat. Ik app Saskia om mijn zelfmedelijden te delen en vertel haar dat ik nog een paar minuten zielig ga liggen zijn, voordat ik weer vertrek.

Chatelard Village (47,8 km)

Nadat ik vind dat ik mijzelf genoeg aangesteld heb, vertrek ik weer om richting Chatelard village te gaan. Om daar te komen moet er een grote afdaling plaatsvinden. We bevinden ons nu op 43,6 kilometer en 2015 hoogtemeter en moeten naar 47,8 kilometer op 1150 hoogtemeter.

De afdaling is erg steil en daardoor ook zwaar. Je bent continu bezig met het afremmen van je lichaam, waardoor je spieren aanspreekt die je niet gewend bent om te gebruiken. Om 13:58 kom ik aan bij Chatelard village.

Hoe gek het ook klinkt ben ik blij dat de afdaling erop zit en dat er weer een klim aan zit te komen. En wat voor een klim! Dit wordt de op een na grootste beklimming van de race naar de Tête de l’Arolette op 2333 hoogtemeter.

Tête de l’Arolette

Een voordeel tijdens de zware beklimming is dat we regelmatig door sneeuw en ijs heen lopen waardoor we ons nog redelijk kunnen koelen. De thermometer heeft inmiddels de 30 graden aangetikt en er zitten grote stukken bij waar je geen schaduw hebt en continu wordt blootgesteld aan de zon.

Gelukkig lopen we ook behoorlijk veel stukken door sneeuw en ijs. Overal waar het kan, pak ik stukken ijs en stop die onder mijn pet en shirt om iets af te kunnen koelen. Bij elk beekje dat ik passeer staan er een aantal trailrunners zichzelf onder te dompelen om de hartslag enigszins naar beneden te kunnen krijgen.

Het doel om ‘van verfrissingspost naar verfrissingspost’ te gaan is nu veranderd in ‘van beekje naar beekje’. Het is een tactiek die voor mij werkt, omdat ik hierdoor ook afgeleid word van de pijntjes die ik nu toch wel begin te voelen.

Ik voel me nog steeds niet helemaal goed en besef me dat de dip die ik voor het stuwmeer heb opgelopen wel erg lang blijft hangen. Desondanks geniet ik zeker nog wel van de prachtige omgeving. Regelmatig passeren we beekjes, watervallen en mooie groene weides.

Verschil wegwedstrijden en trailwedstrijden

Tijdens de zware beklimmingen en afdalingen merk je ook de grote verschillen tussen wegwedstrijden en trailwedstrijden. Niet alleen zijn trailwedstrijden vanwege de hoogtemeters en de verschillende ondergronden een stuk zwaarder dan wegwedstrijden, de sfeer is ook totaal anders. Daar waar bij wegwedstrijden echt ieder voor zich aan het strijden is en men weinig tot geen rekening houdt met de mensen om zich heen, is dat bij trailrunning heel anders. Als een trailrunner aan de kant zit of zelfs ligt om wat voor reden dan ook, zal degene die hem of haar passeert altijd vragen of het goed met diegene gaat.

Daar waar je bij een drinkpost bij een wegmarathon moet uitkijken dat je niet ondersteboven gelopen wordt, zal een trailrunner eerder voor iemand anders zorgen dan voor zichzelf. De meeste trailrunners strijden namelijk niet tegen elkaar, maar met elkaar.

Dat maakt het lopen van trailruns zoveel mooier. Daarnaast heeft een trailrunner veel meer respect voor de natuur en de omgeving en dat is terug te zien tijdens de race.

Al het afval (vaak verpakkingen van gelletjes of energierepen) worden door trailrunners meegenomen om ze vervolgens bij een verfrissingspost in een afvalzak te deponeren, waardoor je ook tijdens een ultra trailrun over de hele route geen plastic verpakkingen ziet liggen.

Hooguit misschien een paar die per ongeluk uit iemand zijn zak zijn gevallen. Als je daarentegen gaat kijken bij grote wegwedstrijden is het zelfs niet nodig voor degenen die in het midden of achteraan lopen om het parcours te bewegwijzeren. Het enige wat zij hoeven te doen is de stroom van afval te volgen.

Maar misschien wel het grootste verschil is het respect naar elkaar toe. Als voorbeeld neem ik Scott Jurek, één van de beste (misschien wel de beste) ultra trailrunners ter wereld. In het boek “Born to run” van Christopher Mc Dougall staat een passage beschreven over waarom sommigen hem als een held zien.

Daarin staat vermeld dat hij na het winnen van een 100-mijl (160 kilometer!) wedstrijd er niet voor koos om een warme douche te nemen of zijn bed op te zoeken, maar iets anders deed. Hij wikkelde zichzelf in een slaapzak en bleef bij de finish staan om iedereen aan te moedigen en binnen zien te komen.

Zelfs bij het aanbreken van de volgende dag stond hij er nog en was hij inmiddels hees van het schreeuwen om ook de laatste renner te laten weten dat hij niet alleen was.

Uiteraard gelden deze verschillen in zijn algemeenheid en zijn er natuurlijk ook uitzonderingen. En ik verwacht ook absoluut niet dat als ik de finish haal er honderden mensen mij staan op te wachten bij de finish. Maar hoe je het ook wendt of keert, zijn deze verschillen er wel degelijk.

Le Tour (62,7 km)

Nu weer terug naar de race! Als ik aankom bij de Tête de l’Arolette krijg ik een appje van Saskia dat ze bijna bij Le Tour is aangekomen. Daar is de volgende verfrissingspost en die kan ik wel gebruiken! Er spoken allerlei gedachten door mijn hoofd heen: waarom doe ik mijzelf dit aan? Ik had toch ook een kleinere afstand kunnen nemen? Ik doe dit echt NOOIT meer!

Als ik om 17:22 aankom bij Le Tour zie ik mijn zoontje al naar me toe rennen. Als ik hem een dikke knuffel wil geven, blijkt dat hij meer geïnteresseerd is in de Leki’s die ik in mijn handen vast hou, maar dat maakt me niet uit.

Het is ongelooflijk leuk om ze na een aantal uur weer even te zien. De eerste reactie van mijn vrouw is: ‘Gaat het wel helemaal goed, je ziet er niet zo best uit!’ Zoals ik al zei: Heerlijk om ze weer even te zien!

We zitten nu op 62,7 kilometer. Ik besluit om even in het gras te gaan liggen en mijn benen wat los te schudden. Als ik kijk naar de komende ‘etappe’ van 10 kilometer, zie ik dat er kleine klimmetjes en afdalingen inzitten met zelfs relatief vlakke stukken!

Als ik na een paar minuten overeind wil komen om wat soep te eten kom ik met mijn hoofd, die ik net daarvoor ondergedompeld heb in water, tegen een draad aan. Ik krijg een flinke schok door heel mijn lichaam en als ik bijkom zie ik dat het een stroomdraad is.

Alsof dat nog niet erg genoeg is, neem ik een grote hap van mijn soep die absoluut niet te eten is. Als ik vraag aan mijn vrouw hoe dat komt, zegt ze dat ze er ‘wat’ water bij heeft gedaan. Maar goed, het wordt toch weer tijd om er vandoor te gaan.

Ik probeer mijn Leki’s weer van mijn zoontje terug te krijgen en als dat na wat moeite gelukt is, geef ik ze allebei nog een kus en een knuffel en ga ik op weg naar Les Bois!

Les Bois (72,8 km)

De route is goed begaanbaar en ik begin mij elke kilometer beter te voelen. Voor het eerst sinds het stuwmeer bij Emosson voel ik mij zelfs goed. Natuurlijk zijn er de kleine pijntjes, maar dat lijkt me niet meer dan normaal na 13 uur lopen.

les bois naar montenvers

Als ik na twee uur arriveer bij Les Bois op 72,8 kilometer, staan Saskia en Niek me weer op te wachten. Mijn vrouw geeft aan dat ik er een stuk beter uit zie en zo voel ik me ook. Ik krijg op de een of andere manier ook een soort gevoel van onoverwinnelijkheid over me heen.

Alsof het niet meer mis kan gaan, hoewel het nog zo’n 20 kilometer is en één misstap fataal kan zijn voor het eindigen van de race. Ik vertel mijzelf dat ik geconcentreerd moet blijven en geen domme dingen moet doen. Gewoon uit de buurt blijven van stroomdraden zou al een goed begin zijn!

Montenvers (78,6 km)

Ik vervolg mijn weg naar Montenvers op 78,6 kilometer en 1903 hoogtemeter. Aangezien we nu op 1082 hoogtemeter zitten, betekent dat wederom een stevige klim. Gelukkig is de route erg mooi en kom ik nog wat verbaasde geiten tegen.

Terwijl ik een foto van ze maak, praat ik tegen ze. Maar ook in deze omgeving praten ze niet terug en vervolg ik mijn weg. Ook krijg ik te maken met de mooiste zonsondergang die ik ooit heb gezien. Uiteindelijk zijn alleen de toppen van de bergen nog verlicht en voel ik een soort van dankbaarheid dat ik hier mag lopen.

Dit is overigens alleen weggelegd voor de normale stervelingen onder ons. De ‘echte’ atleten zijn al uren geleden gefinisht. Ondanks deze gewaarwording zou ik deze zonsondergang voor geen goud willen missen.  

Rond 20:45 kom ik langs een bergwand vlakbij een restaurant waar een tent staat met een panoramisch uitzicht op de bergen en de prachtige zonsondergang. De verleiding is groot om daar even in te gaan liggen, maar ik ben bang dat als ik dat doe er voorlopig niet meer uit kom. Inmiddels ben ik al bijna 17 uur onderweg en loop ik al een tijdje op mentale wilskracht.

Op weg naar Montenvers komen we op een gegeven moment aan bij een ijzeren trap tussen de rotsen waarvan de treden erg ver van elkaar liggen. Ik merk dat mijn spieren redelijk aan het einde van hun latijn zijn als ik hier overheen probeer te gaan.

Wederom gaat er door mijn hoofd dat ik dit NOOIT meer ga doen! Naarmate ik steeds hoger kom, word ik steeds angstiger dat de kramp erin gaat schieten. Dat zou sowieso onprettig zijn natuurlijk, maar als het nu zou gebeuren kan ik een behoorlijke val maken. Gelukkig blijft de kramp uit, maar heeft dit behoorlijk veel inspanning gekost. Ondanks dat kom ik moe maar voldaan aan bij Montenvers om 21:26.

We zitten nu op 78,6 kilometer en 1903 hoogtemeter. De vrijwilligers daar koken voor iedereen pasta en ondanks mijn vorige ervaring bij de OHM-trail ga ik het toch maar proberen. Ik kan de extra energie goed gebruiken voor de laatste grote klim die me te wachten staat. Gelukkig krijg ik de pasta naar binnen en smaakt het me behoorlijk goed.

Zoals bij elke verfrissingspost bedank ik de geweldige vrijwilligers en ga ik met een volle maag weer op pad.

Refuge du plan de l’Aiguille (83,7 km)

De route loopt naar Refuge du plan de l’Aiguille op 83,7 kilometer en 2191 hoogtemeter. Het is inmiddels pikkedonker en we moeten dus volledig vertrouwen op ons hoofdlampje de komende paar uur.

De beklimming gaat voornamelijk over rotsen en ook door water dat via deze rotsen naar beneden stroomt. De natte voeten in combinatie met het grind dat zich de afgelopen paar uur een weg heeft gevonden in mijn schoenen, zorgen ervoor dat ik mijn voeten volledig open schuur.

Ondanks dat ik voel dat het gebeurt en het veel verstandiger zou zijn om even te stoppen en mijn schoenen leeg te maken, loop ik stug door. Eigenlijk voelt het ook wel lekker om de focus van de pijn een keer ergens anders te leggen dan in de spieren van mijn benen. Daarnaast maakt het me ook allemaal niet uit, zolang ik maar bij de finish kom! De schade is voor later zorg.

De beklimming is zwaar en vanwege de rotsgrond oppassen geblazen. Op een gegeven moment zie ik in de verte het huisje bij Refuge du plan de l’Aiguille dat ik herken van een aantal filmpjes die ik gezien heb. In het begin zorgt dat voor een stuk motivatie, maar op een gegeven moment lijk ik niet dichterbij te komen en werkt het averechts.

Elke keer als ik na een bocht denk dat ik er nu toch echt wel moet zijn, lijkt het huisje op dezelfde afstand te staan als een uur geleden. En niet voor het eerst bedenk ik me dat ik dit NOOIT, maar dan ook echt NOOIT meer ga doen.

Uiteindelijk kom ik om 23:15 aan bij de top. Ik zie een bankje staan en besluit om eerst even te gaan zitten. Ik moet er wel heel slecht uit hebben gezien, want er komt direct een vrijwilliger naar me toe die bezorgd vraagt of  het goed met me gaat. Net als altijd antwoord ik: ‘Ҫa va!’ Toch besluit de man een kom soep voor me te pakken zodat ik zelf niet hoef te lopen.

Hij biedt zelfs aan om mijn drinkflessen te vullen waar ik graag gebruik van maak. Het typeert de vele vrijwilligers van deze organisatie. Overal bieden ze de helpende hand en moedigen ze je aan. Ontzettend veel respect voor al deze mensen!

De laatste afdaling van deze trailrun

Ik app Saskia dat ik boven op de top ben en zo ga beginnen aan de laatste afdaling van zo’n op papier zeven kilometer. Ik probeer net te doen alsof ik nergens last van heb als ik van het bankje opsta om mijn weg te vervolgen, maar aan de bezorgde blikken leid ik af dat dat niet helemaal gelukt is.

Met de laatste krachtinspanningen begin ik aan de afdaling.

Langzaam krijg ik al een euforisch gevoel omdat ik nog maar een paar kilometer verwijderd ben van de finish. Twee minuten later is het euforisch gevoel plots ook volledig weg als ik volledig uitgestrekt op de grond lig.

Ik ben waarschijnlijk over een boomwortel gestruikeld en niet zo’n beetje ook. De manier van opstaan is misschien wel bekend bij mensen die weleens geskied hebben en die met zo’n 70 kilometer per uur onderuit zijn gegaan over een onzichtbaar stuk ijs tussen de sneeuw.

Eerst probeer je dan terwijl je nog ligt te knipperen met je ogen om te controleren of je nog leeft. Vervolgens beweeg je voorzichtig alle ledematen om te kijken wat je allemaal gebroken hebt. Als ik voorzichtig mijn ledematen aan het bewegen ben, verbaas ik mij erover dat ik niks gebroken heb.

Langzaam kom ik overeind en behalve wat schrammen mankeer ik verder niks. Ik besef me dat ik tot aan de laatste meter geconcentreerd moet blijven, hoe lastig dat ook is. Ik merk dat mijn lichaam echt volledig op is en ik al een paar uur op mijn tandvlees loop.

Beneden mij zie ik tussen de bomen door de lichten van Chamonix, nu kom ik wel heel dichtbij! Voordat ik in Chamonix kom, loopt het parcours nog slalommend door de bossen. Het gaat al een tijdje niet soepel meer, maar ik kom gestaag vooruit. Als ik uit het bos kom, is het nog zo’n anderhalve kilometer naar de finish. Voor mij zie ik een trailrunner die wordt ondersteund door twee toeschouwers.

Ondanks dat lacht hij. Hij weet dat hij hoe dan ook de finish gaat halen en dat zorgt ervoor dat hij zich kan blijven voortbewegen hoeveel pijn hij ook voelt. Het is een bekend gevoel, een apart gevoel.

De finish (93 km)

Na urenlang afzien maar ook genieten ren ik door de laatste bocht. Inmiddels is het al na 01:00 ’s nachts, maar nog steeds staan er toeschouwers aan de kant te klappen en te juichen. Ik zie de mensen op de terrassen hun glas wegzetten om ook te kunnen klappen en ik bedank ze in mijn beste Frans!

Ze geven je het gevoel alsof je de race gewonnen hebt en zo voelt het eigenlijk ook wel een beetje. Dit zijn niet alleen toeschouwers, maar mensen die weten dat je geleden hebt om daar te komen waar je nu bent.

De laatste meters steek ik mijn handen in de lucht. Na 21 uur en 8 minuten kom ik over de finish. Wat een euforisch gevoel! Direct krijg ik felicitaties en wordt er een medaille om mijn nek heen gehangen.

Er wordt een biertje aangeboden en het gebeurt niet vaak, misschien wel nooit, maar deze moet ik toch echt afslaan. Ik ben bang dat als ik die naar binnen werk, de finishlocatie na een paar seconden niet meer zal zijn wat die nu is. Dus ik besluit een klein stukje verder te lopen en ga op het stoeprandje van het plein zitten. Ik app Saskia dat ik binnen ben en er zo aan kom, maar eerst even zitten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.